Lesstof Combinatiecursus Spelling D of T en Nieuwe Spelling NL

 

Combinatiecursus eerste deel:   2 uur Spelling Werkwoordsvormen

Een globaal overzicht: 

 

a.  Instaptoets Schriftelijk (meten is weten) (zie i. eindtoets)
b.  +pv of -pv Wie in staat is een persoonsvorm (+pv) van een niet-persoonsvorm (-pv) te onderscheiden, heeft geen moeite meer met de spelling van de werkwoordsvormen.
c.  Oefenen in zoeken pv’s Interactief (met o.a. behulp van Muiswerk) leren zoeken en vinden van persoonsvormen.

e. Toepassen van twee

    vaste regels

Dit gebeurt aan de hand van een eenvoudig, compleet schema (de spellingkaart).

d. Regel bij +pv

    Regel bij -pv

+pv = ik-vorm opzoeken + … (nooit: stam + … )

–pv = langer maken om te horen of de -pv op een d of t eindigt? of: zo kort mogelijk

f.  Oefenen Regels (d) worden ingeslepen
g. Sterke werkwoorden Hoe worden sterke werkwoorden vervoegd?
h. Engelse werkwoorden Engelse woorden worden op de Nederlandse wijze vervoegd. (Hij updatete, deletete gistermiddag de gegevens. Hij updatet, deletet nu de gegevens.)

h. Oefenen;

    alle problemen

Alle mogelijke problemen met de spelling van de werkwoordsvormen worden geoefend. (ge-e-maild, ge-sms’t, gedeletet)
i. Eindtoets Schriftelijk (rendement is nauwkeurig meetbaar)

     

Combinatiecursus tweede deel:   1½ uur (Nieuwe) Algemene Spellingregels Nederlands

 

a. Foutenlijst (U ontvangt een lijst met de door Nederlanders meest gemaakte fouten.)

b. Woordenlijst.org (In deze Woordenlijst Nederlandse Taal vindt u de officiële spelling van

    alle woorden. Zet hem in de favorieten!

c. Meervouden (datum-data-datums, café-cafés, ski-ski’s, baby-baby’s, bacterie-bacteriën,

    genie-genieën maar ook medium en media; is het De media komen erbij of De media

    komt erbij?)

d. Verkleinwoorden (cafeetje, skietje, dinertje)
e. Tussen-en of tussen-s (gedachtewisseling of gedachtenwisseling, kippeëi of kippenei)

f.  Hoofdletters (Aan mevr. Van den Hove, btw of BTW, 38 Brieven werden verstuurd of

    38 brieven werden verstuurd.)

g. Aaneen of los (probleem analyse of probleemanalyse, mond tot mond reclame of

    mond-tot-mondreclame)

h. Apostrof en koppelteken (ge-sms’t, sms-bericht, Alex’ onderneming)

i.  Afkortingen (vwo of VWO, vwo’er of vwo-er, vwo’klas of vwo-klas, havo-leerling of

    havoleerling)

j.  Getallen schrijven (18 of achttien, 60 of zestig, drie kwart of driekwart)

k. Betrekkelijke voornaamwoorden (Het plan dat gemaakt is of Het plan die..,

    Het enige dat.. of Het enige wat…)

l.  Als of dan
m.U of uw, jou of jouw
n. Hen of hun
o. Liggen-leggen, kennen-kunnen
    En wat verder gewenst wordt!