Lesstof Taaltoetstraining voor pabo en hbo
In de taaltoetstraining word je zo goed voorbereid dat je met glans slaagt voor je taaltoets voor je propodeuse.
De stof in de eerste tabel gaat over het goed gebruik van de d's en t's. Het eerste deel duurt twee uur. Dan bestaan er geen geheimen meer en weet je feilloos wanneer je een d of een t moet gebruiken.
De stof in de tweede tabel gaat over de algemene regels van de nieuwe spelling.
Tot slot krijg je een officiële taaltoets voor het hbo. De fouten worden nabeproken.
|
a. Instaptoets |
Schriftelijk |
|
b. +pv of -pv |
Wie in staat is een persoonsvorm (+pv) van een niet-persoonsvorm (-pv) te onderscheiden, heeft geen moeite meer met de spelling van de werkwoordsvormen. |
|
c. Oefenen in zoeken pv's |
Interactief (met o.a. behulp van Muiswerk) leren zoeken en vinden van persoonsvormen. |
|
e. Toepassen van twee vaste regels |
Dit gebeurt aan de hand van een eenvoudig, compleet schema (de spellingkaart). |
|
d. Regel bij +pv Regel bij -pv |
+pv = ik-vorm opzoeken + ......... - pv = langer maken om te horen of de -pv op een d of t eindigt? of: zo kort mogelijk |
|
f. Oefenen |
Regels (d) worden ingeslepen |
|
g. Sterke werkwoorden |
Hoe worden sterke werkwoorden vervoegd? |
|
h. Engelse werkwoorden |
Engelse woorden worden op de Nederlandse wijze vervoegd. (Hij updatete, deletete gistermiddag de gegevens. Hij updatet, deletet nu de gegevens.) |
|
h. Oefenen alle problemen |
Alle mogelijke problemen met de spelling van de werkwoordsvormen worden geoefend. (ge-e-maild, ge-sms't, gedeletet) |
|
i. Eindtoets |
Schriftelijk (rendement is nauwkeurig meetbaar) |
|
a. Foutenlijst (U ontvangt een lijst met de door Nederlanders meest gemaakte fouten.) |
|
b. Woordenlijst.org (In deze Woordenlijst Nederlandse Taal vindt u de officiële spelling van alle woorden. Zet hem in de favorieten! |
|
c. Meervouden (datum-data-datums, café-cafés, ski-ski's, baby-baby's, bacterie- bacteriën, genie-genieën maar ook medium en media; is het De media komen erbij of De media komt erbij?) |
| d. Verkleinwoorden (cafeetje, skietje, dinertje) |
|
e. Tussen-en of tussen-s (gedachtewisseling of gedachtenwisseling, kippeëi of kippenei) |
|
f. Hoofdletters (Aan mevr. Van den Hove of Aan Mevr. van den Hove, btw of BTW, 38 brieven werden verstuurd of 38 Brieven werden verstuurd.) |
|
g. Aaneen of los (probleem analyse of probleemanalyse, mond tot mond reclame of mond-tot- mondreclame) |
|
h. Apostrof en koppelteken (ge-sms’t, sms-bericht, Alex' onderneming) |
|
i. Afkortingen (vwo of VWO, vwo'er of vwo-er, vwo'klas of vwo-klas, havo-leerling of havoleerling) |
| j. Getallen schrijven (18 of achttien, 60 of zestig, drie kwart of driekwart, |
|
k. Betrekkelijke voornaamwoorden (Het plan dat gemaakt is of Het plan die.., Het enige dat.. of Het enige wat...) |
|
l. Als of dan |
| m.U of uw, jou of jouw |
| n. Hen of hun |
|
o. Liggen-leggen, kennen-kunnen |
|
En wat verder gewenst wordt |


